Het was medio augustus 2009 en diep in een warme zomernacht schuifelden de echtgenoot en ik in het halfduister de ons door Gerrit en Charles toegewezen slaapkamer binnen. Het was een fantastische avond geweest, fijne gesprekken, lekker eten en veel bier en wijn.
Dat we in het huis van de door ons zo hogelijk bewonderde schrijver en zijn geliefde zouden overnachten, dat hadden we van tevoren echter niet kunnen bedenken. Maar ergens die middag of avond, of misschien gebeurde het al iets eerder, was Gerrit van een groot schrijver in een groot en aimabel mens veranderd. Dat ging heel gemakkelijk en volkomen ongemerkt. Op papier een onaantastbare tijger, in het dagelijks bestaan een onwaarschijnlijk warmbloedige en benaderbare man.

Kort ervoor hadden Gerrit en Charles ons uitgenodigd om hen te komen bezoeken in Portugal. We reden daar gedurende een zomervakantie rond en met de niet lang daarvoor verschenen ‘dorpskroniek’ Vila Pouca in de hand baanden we ons moeiteloos een weg door het door Gerrit zo prachtig beschreven gebied.
En toen kwamen we in de haarspeldbocht van Vila Pouca bij de woning van de escritor holandês. Voor een glaasje, dachten we. We praten wat, drinken iets, werpen misschien een blik op de beroemde bibliotheek en dan krassen we weer op naar ons hotel in Coïmbra. Maar dat was buiten de waard(en) gerekend.
Gerrit en Charles nodigden ons uit plaats te nemen op hun overkoepeld terras, gelegen in hun tuinvijver. Het is een kitscherig cliché maar dit nu was een idylle; de plek, de sfeer, het gezelschap. Na de wijn kwam het eten, kwam de wijn, kwam het bier. Tot we niet meer weg konden of mochten en met een geleende tandenborstel naar onze logeerkamer strompelden. Slaap lekker lieve mannen, het was een prachtavond.
Naast de wastafel in de badkamer lag een tube met een lachende vrouw met stralend witte tanden. Wat denk je dan? Niets. Je drukt de pasta op je borstel en begint te poetsen. Ik keek de echtgenoot aan en hij keek naar mij. Lachen, zoals op de tube, dat konden we niet meer. De kaken konden zelfs niet meer van elkaar los. Het duurde echt maar heel even voor we ons allebei realiseerden dat we een mond vol kunstgebitkleefpasta hadden.

De volgende dag werden we in de keuken net zo gastvrij onthaald als de dag ervoor in de tuin. Charles bakte een eitje, schonk koffie in. Gerrit, die er alweer een paar uur schrijven op had zitten, speelde wat met de honden. Het was warm, in alle opzichten. En dan ga je die lieve gastheren niet met zoiets stoms lastigvallen als die kleefpasta, hun gastvrijheid daarmee besmeuren. De kaken die bleven dus stijf op elkaar. Tot nu.